Gastspreker

In oorlogstijd wordt alles schaars, ook objectiviteit.

Ludo-De-Brabander-(2)_groot.jpg

Ludo De Brabander werkt bij vzw Vrede. Deze organisatie is een vredesbeweging die zich voornamelijk bezig houdt met conflicten in de wereld en de wijze waarop informatie tot bij de burger komt.

Met dit gastcollege wil men duidelijk maken dat media geen spiegel is van de werkelijkheid. De media geeft een interpretatie van de werkelijkheid aan de hand van taal, beelden, foto’s, etc. in een maatschappelijke context.

Het vormt een interpretatie die over verschillende stations loopt (gebeurtenis – agentschap – zender – kijker). Heel wat stations hangen ook af van verschillende factoren. De ongelijke informatie die ze krijgen, de economische context (winst maken), hun sociaal-culturele achtergrond (bv. studies) en de politieke context spelen een cruciale rol bij het maken van een nieuwsuitzending. In een oorlog is media een instrument die vaak misbruikt wordt. Denk hierbij maar aan de Nazipropaganda.

Meer en meer zien we dat de media veelvuldig aanwezig is in de moderne oorlogen. In de Vietnamoorlog had men geen controle meer over de informatiestromen. Groot-Brittannië had bij de Falklandoorlog wel controle omdat zij een systeem hadden om correspondenten te controleren. Zo konden journalisten die geen verslag uitbrachten de boot niet terug mee naar huis nemen. In de Irakoorlog ontstond het poolsysteem. Dit systeem brengt journalisten onder in groepen. Elke groep heeft een hoofdofficier die aan verschillende richtlijnen moet voldoen. Namelijk de publieke opinie informeren , begrip hebben voor de militaire operatie en de deelname uitleggen aan de troepen. Hier kunnen enkele problemen ontstaan zoals zelfcensuur, imago van het leger dat naar beneden wordt gehaald, identificatie van het leger, het wordt moeilijk om afstand te nemen van het eigen kamp en informatie te krijgen van een ander kamp.

Ludo De Brabander: “ De waarheid is het eerste slachtoffer bij pers in oorlog.”

Nieuwsorganisaties sturen enkel eigen correspondenten en nooit freelancers. Als zij freelancers zouden sturen hebben zij daar weinig tot geen controle over. Het werken met eigen correspondenten heeft het voordeel dat de contacten kunnen behouden worden. Tenslotte zijn zij ingebed bij het leger. Journalisten krijgen soms een opleiding. Bv.: zo leren ze hoe de correspondenten een gasmasker moeten aanbrengen. Sommigen gaan zelfs zo ver dat ze een uniform van het leger dragen. Dan is er helemaal geen afstand meer tussen de journalist en de legerunit en is het vergaren van objectieve informatie nog moeilijker geworden.

In tijden van oorlog spreekt men enkel over goed en slecht. De vijand wordt gedemoniseerd. Niet alleen in speeches van de Amerikaanse President Bush, ook in de pers.
De tegenpartij wordt beschouwd als de slechterik. Er is sprake van personificatie en onmenselijke acties van de slechten. Dat er roekeloze agressie en erge criminaliteit wordt gebruikt, dat de slechterik massavernietigingswapens in zijn bezit heeft die hij zal gebruiken tegen vredeslanden als Amerika. “Hij is een bedreiging voor de vredeslanden”. Zo spreekt Bush over Saddam Hussein in zijn speeches. Dit wordt heel erg opgeklopt. Massavernietigingswapens zijn nooit gevonden, maar dit was wel de belangrijkste reden om Irak binnen te vallen. In de Amerikaanse kranten lijkt het alsof al die Amerikaanse bommen worden gebruikt om Saddam Hussein te treffen en niet het volk. Toch zijn er massaal veel burgerslachtoffers gevallen in Irak. De eigen identiteit wordt op een totaal andere manier voorgesteld. “Wij” zijn goed en we benadrukken enkel de menselijke aspecten van eigen soldaten. Dit wordt bij de tegenstander niet gedaan. “Onze soldaten” zijn de redders en de beschermers van de slachtoffers.

Tijdens verslaggeving worden vaak beelden gebruikt. Deze zeggen vaak heel wat meer dan tekst. Maar ook hier wordt vaak mee ‘geknoeid’. Foto’s worden ingezoomd, worden bewerkt, etc. Ze geven zo soms een heel ander beeld dan wat de werkelijkheid voorstelt. Ook kunnen alleen subjectieve foto’s gebruikt worden. Zo worden vaak foto’s van helden gepubliceerd, terwijl een foto met daarop de lijdende bevolking bijna nooit wordt gebruikt.

Verder wou de spreker ons erop wijzen dat heel wat mensen de achtergrond van problemen niet kennen. Zo is het conflict tussen Israel en Palestina al jaren lang aan de gang. Toch weten heel wat mensen niet waarom ze daar vechten. Om een goede berichtgeving te kunnen geven, is er dus meer tijd nodig. Deze tijd hebben journalisten echter niet. Na onderzoek is gebleken dat mensen reeds na 20 seconden wegzappen. Je moet dus een nieuwsitem aanhalen in 20 seconden! In deze korte tijdsperiode kan je natuurlijk geen achtergrond schetsen, waardoor heel wat mensen nooit de echte redenen zullen kennen.

Het is dus belangrijk dat mensen het nieuws met een kritische blik bekijken. Indien mensen achtergronden willen weten, moeten ze deze ook opzoeken. Je dient dus zelf aan de slag te gaan om een correct beeld te vormen van een bepaald conflict. Geloof nooit rechtstreeks wat er op het nieuws gezegd wordt. Vergeet nooit dat journalisten vaak met een achtergrond werken en daarom niet geheel objectief werken.

Auteurs:
Michiel De Langhe ( eindredactie )
Matthias Deboosere
Sara Callewaert
Katrien Schrauwen

Unless otherwise stated, the content of this page is licensed under Creative Commons Attribution-ShareAlike 3.0 License