Het conflict in de media

Uitgangspunt: media kunnen ingezet worden als een ‘oorlogsinstrument’. In extreme gevallen zal dit de vorm aannemen van propaganda.

In een oorlog proberen de strijdende partijen en hun bondgenoten zoveel mogelijk de informatiestromen te controleren.

  • Eigen kamp is belangrijkste bron
  • Met verlies van onderscheid tussen onafhankelijke media en PR/Propaganda
  • Uitbouwen, ondersteunen en beschermen van bevriende media (vergelijk ingebedde media)
  • Onvriendelijke informatie wordt geweerd, geminimaliseerd, ontkend of soms zelfs ‘vernietigd’.

Media en de Palestijnse kwestie

  • Ons beeld over het Palestijns-Israëlisch conflict wordt bepaald door de media
  • Binnen de media speelt TV de belangrijkste rol.
  • TV-onderzoek van de Glasgow Media Group:
    • 80 procent heeft TV als belangrijkste bron (zie: http://www.glasgowmediagroup.org )
    • TV-nieuws over Israël/Palestina (onderzoek periode begin 2e intifada):
      • “verwart” de kijker
      • Substantiële voorkeur voor Israëlisch regeringsnieuws
  • Israëlische strijd op twee fronten:
    • Militaire campagne
    • PR-campagne (vooral in de VS) = ideologisch gevecht om de media.
      • Opzetten van een institutionele structuur voor dit gevecht = Hasbara-project (met overheidsfinanciering). Gevolg van negatieve berichtgeving oorlog Libanon (1982)
        • Grote PR-inspanningen van Israël. Werkgever van grootste PR-bedrijven
        • 9 consulaten hebben PR-afdeling (relaties met pers,…)
        • Private pro-Israëlische organisaties zoals AIPAC
        • Mediawatch (cfr de verschillende Hasbara-associaties)
  • Gevolgen (studies 2e intifada-berichtgeving):
    • Ontbreken van de context
      • TV-nieuws concentratie op geweld. Veeleer korte nieuwsfragmenten met heel wat actienieuws zonder context en verhaal van bezetting
      • Slechts 4 procent van de Amerikaanse TV-netwerken meldt dat het om bezetting gaat (Studie FAIR, 2001)
      • Israëlische terminologie wordt vaak gereproduceerd: conflict is ‘zelfverdediging’
    • Annexatie en kolonisatie zijn ‘onzichtbaar’
      • Kolonisatie van gebied door een bezettende macht is illegaal (4e Conventie van Genève)
      • Israëlische regering voert een politiek van kolonisatie en annexatie via de bouw van de muur en nederzettingen
    • Geweld situeert zich in een vacuüm
      • Palestijnse verzet is tweeledig:
        • geweldloos
        • gewelddadig
          • Gericht tegen militairen en nederzettingen in de bezette gebieden
          • Zelfmoordaanslagen op militaire en burgerdoelen in Israël
      • Media tonen vooral het geweld zonder bijhorend verhaal
      • VS-media: omdraaien oorzaak en gevolg
      • Onderzoek Britse media: Israëlisch geweld is 6 keer meer een ‘reactie op’ dan het Palestijnse geweld
      • Soms simpelweg definitie: ‘haat’ (cfr Time magazine in 2001)
      • In de VS: identificatie met strijd tegen terreur (9/11)
    • Wie is nieuwswaardig?
      • Niet alle doden zijn even nieuwswaardig:
        • Studie Britse media (periode begin 2e intifada): tweemaal meer aandacht voor Israëlische doden dan Palestijnse (hoewel vijf maal meer Palestijnse slachtoffers)
        • VS-media: geen Israëlische doden = ‘relatief kalm’
      • Definiëring verschilt
        • ‘Slachting’ of niet (hangt soms af van welke zijde)
        • Humanisering of dehumanisering van slachtoffers: ‘nummers’ of slachtoffers met een verleden en familie?
    • Marginalisering van dissidentie
      • Marginalisering of afwezigheid van vredesbeweging of vredesinitiatieven
      • Diskrediteren van critici: kritiek vertalen als anti-semitisme

Mediawatch

Mediawatch staat voor kritisch ‘lezen’ van media en mediaboodschappen om daar vervolgens ook iets mee te doen. Naar analogie van de ‘Cultural Studies’ zijn mediateksten ruim opgevat, dus inclusief beeldmateriaal, bijhorend geluid,…
Het doel van mediawatch bestaat uit het analyseren van het dominante politieke discours. Dat discours ligt in teksten vervat. In het jargon spreekt men ook wel over ‘framing’. Framing staat voor het maken van sociale constructies van sociale fenomenen door zowel media-instellingen als organisaties. Een frame is dus een gehanteerd interpretatieschema over een sociale werkelijkheid.

Er bestaan verschillende methoden om teksten te analyseren.
Hierna enkele elementen die helpen om interpretatieschema’s samen te stellen:

  1. Kwantitatieve gegevens. Bv. hoeveel keer komen de verschillende actoren in een nieuwsverhaal aan bod. Wie spreekt het meest….
  2. De mate waarop een actuele gebeurtenis in een context wordt geplaatst. + Welke context, voorgeschiedenis wordt gegeven?
  3. Welke proposities/ uitspraken worden er in een tekst gedaan. Hoe worden ze met elkaar gecombineerd?
  4. Welke grammaticale en woordkeuzes zijn gemaakt?
  5. De aanwezigheid van retorische manoeuvres?

Opmerking: Sluitend is het nooit. We ‘interpreteren’ immers hoofdzakelijk. Als we mediateksten lezen mbt conflicten is het daarom des te belangrijker om kennis te hebben van:

  • de voorgeschiedenis en de context van het conflict. ‘Wat is er vooraf gebeurd?’, levert informatie aan over waarom iemand een bepaald discours hanteert, welke belangen meespelen, welke stereotiepen waarom worden gehanteerd, etc… Het is ook goed om kennis te hebben van het verschil tussen feiten en hele of halve mythes. Algemeen geldt dat het internationaal recht en gezaghebbende publicaties van bv. Amnesty International of VN-instanties de beste garanties bieden tot een betrouwbaar beeld. Maar zoals gezegd, sluitend is het nooit want ook het internationaal recht is uiteindelijk het product van reële machtsverhoudingen
  • De context van de verslaggeving. In welke mate bestaat er censuur, is er informatiecontrole (vb. ingebedde journalisten; wie heeft de meeste communicatiemiddelen),….

Even dieper kijken: het bezettingsconflict Israël-Palestina in de media

Aan de hand van voorbeelden overlopen we stapsgewijs enkele aandachtspunten en technieken.

De voorgeschiedenis en de context van het conflict

Hier begint al de moeilijkheid. Er bestaan nog altijd verschillende versies over de ontstaansgeschiedenis van Israël en wat er aan vooraf ging. De Israëlische generatie van ‘nieuwe historici’ heeft de laatste decennia veel aan het licht gebracht en een aantal hardnekkige mythes de wereld uit geholpen. Maar toch zorgt de natuur en de voorgeschiedenis van het conflict ervoor dat veel in de controverse belandt.

Een voorbeeld: In het politieke Israëlische discours hoort men geregeld over de Palestijnse gebieden spreken in termen van ‘betwiste’ gebieden. Het internationaal recht spreekt evenwel over de ‘bezette’ Palestijnse gebieden. De consequentie van deze laatste term betekent dat de gebieden moeten ontruimd worden. In een ‘betwist’ gebied zijn de Israëlische nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever dan ook geen kolonies die moeten worden ontruimd (zie bv. de redenering op http://www.jcpa.org/art/brief1-1.htm). Hier geldt in elk geval het gezag en de interpretatie van het internationaal recht. ‘Bezetting’ dus….

De context van de verslaggeving

Ook hier is het goed dat men zich bewust is van deze context. Twee bekende Amerikaanse wetenschappers (Edward S Herman en Noam Chomsky) spreken van ‘filters’ die de verslaggeving over gebeurtenissen kunnen beïnvloeden:

  1. Het media-eigenaarschap
  2. De financiering van media door de adverteerders
  3. Media zijn sterk afhankelijk van ‘elite’-bronnen (regeringen, grote bedrijven, politieke partijen,…)
  4. Flak, d.i. negatieve reacties op berichten of programma’s (het gaat hier over het managen van informatie; discrediteren van organisaties die de gezaghebbende bronnen tegenspreken)
  5. Ideologische filter (vroeger bv. het anticommunisme)

Een voorbeeld: De politieke verbondenheid tussen de VS en Israël heeft ook zijn weerslag op de berichtgeving. De grote mondiale mediaorganisaties (bv. persagentschappen) zijn dikwijls van Angelsaksische origine. Dit heeft zo zijn gevolgen, zoals bv. uit de studie van FAIR blijkt dat slechts 4 procent van de Amerikaanse TV-netwerken meldt dat het om een bezetting gaat.

Een voorbeeld van filter 1 is de kop boven een artikel in de Britse ‘Daily Telegraph’, de krant van de mediamagnaat Rupert Murdoch: 'Danger on two fronts for Sharon's peace plan' (14 juli 2005). Het gaat over het fameuze disengagmentplan, het terugtrekkingsplan dat de kolonies ontmantelde in de Gaza. De tekst van het disengagementplan is publiek en kan gemakkelijk geraadpleegd worden op het internet. Daarin staat dat in ruil delen van de Westelijke Jordaanoever (d.i. bezet gebied) moeten aangehecht worden. In dat opzicht is het zeker geen vredesplan, want het gaat om in beslagname van Palestijnse grond en is niet conform wat het internationaal recht van Israël vraagt. In de Franse krant Le Monde (27/07/05) zegt de architect van het plan, premier Sharon trouwens: "Het akkoord dat ik met president Bush heb gesloten staat ons toe om de zones die een grote strategische waarde hebben en de dichtbevolkte zones, de grote nederzettingen, in stand te houden."

De gevolgen zijn ook in onze pers zichtbaar. Een voorbeeld van filter 3 is de berichtgeving in De Standaard die zomer over datzelfde Disengagement plan. De vakantieperiode maakt dat de redactie onderbezet was en dus men meer dan anders nog aangewezen was op externe bronnen zoals grote persagentschappen. Van de in totaal 31 redactionele stukken (tussen 1 juli en 16 augustus) rond het conflict gingen er 27 over het Gaza-plan en de discussies die dat teweegbrengt in Israël en elders. De grote meerderheid van de gewone artikels zijn overgenomen stukken van de internationale persagentschappen Reuters en AP. In geen enkel van deze artikels wordt het internationaal recht genoemd, wat je logischerwijs zou kunnen verwachten over nederzettingen die volgens het internationaal recht illegaal op bezet gebied zijn gebouwd. Op een analysestuk na wordt de terugtrekking ook helemaal niet in een bredere context geplaatst. Slechts in een viertal artikels zijn er korte passages gewijd aan de nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever. Dit geeft dan ook een sterk vertekend beeld over de werkelijke draagwijdte van dit plan.

Een voorbeeld van 4 (Flak) is volgend citaat van een journalist: “So, I was told, I should not refer to "assassinations" of Israel's opponents, nor to "extrajudicial killings or executions". The professional Israeli hits in which at least four entirely innocent civilians have been killed were, if I had to write about them at all, just "killings", or best of all — "targeted killings". The fact that the Jewish colonies on the West Bank in Gaza were illegal under international law because they violated the Geneva Convention was not disputed by my editors — but any reference to this fact was "gratuitous". The leader writers, meanwhile, were happy to repeat the canard that Palestinian gunmen were using children as human shields. (Journalist Sam Keley over schrijven voor The Times (in eigendom van R. Murdoch. In: The Evening Standard 8 september 2001(zie http://www.hartford-hwp.com/archives/27c/345.html ) )

Murdoch stond bekend als een goede vriend van ex-premier Sharon en steunde openlijk zijn Likoedpartij

De analyse zelf

Mediawatch kan verschillende doelen dienen:

  • Je wilt het algemene politieke discours van een medium of zelfs verschillende media analyseren. Dan zit je met een groot onderzoek, met een steekproef gedurende enkele weken met bv. krantenartikels als analyse-eenheid. Je kan immers geen algemene uitspraken doen op basis van een of enkele artikels.
  • Je wilt het discours van een artikel analyseren. Het gaat hier slechts over een artikel (dus geen algemene uitspraken over het medium, of ‘het’ discours mogelijk). Toch is dat relevant om op een doordachte manier onjuistheden of onvolkomenheden van een bijdrage grondig te kunnen documenteren. Meestal is het doel hier om te reageren via bv. een lezersbrief. Indien dit goed en grondig gebeurt op een correcte (beleefde) manier, dan wordt dat in vele gevallen ook geapprecieerd en kan er zelfs een rechtzetting komen.
  • Je wilt technieken aantonen, gebruikte stereotypes. Hier volstaat het om een aantal goede typevoorbeelden te verzamelen om anderen te wijzen op mogelijke valkuilen bij het lezen van een artikel.

Kwantitatieve gegevens.

Een voorbeeld is het onderzoek van de Glasgow Media Group.
Zij telden voor elk van de actoren hoeveel ze aan bod kwamen en stelden vast dat van oktober tot december 2001 de Israëli’s 140 keer en de Palestijnen 53 keer aan bod kwamen op de Britse omroep de BBC. Over de verschillende periodes heen kwamen ze tot de vaststelling dat Israëli’ dubbel zoveel geïnterviewd of geciteerd worden dan de Palestijnen.
De algemene journalistieke deontologie stelt dat er evenwicht moet zijn tussen de partijen.
Alleen in de ‘development’ journalistiek brengt men ook waarden in (democratie, vrede, etc.) om een uitzondering op die regel te maken (‘je laat een beul toch niet evenveel aan bod als zijn slachtoffer…’)

Welke context, achtergrond, voorgeschiedenis wordt gegeven?

In welke mate is die aanwezig en hoe is die aanwezig?
Hier kunnen we opnieuw verwijzen naar het voorbeeld van de berichtgeving in De Standaard mbt het disengagementplan. Geweld is zelden in een vacuüm. Toch is het net dat wat er gebeurt: het geweld wordt geregeld geïsoleerd van de context gebracht en kan er met de terminologie worden gespeeld. Een opstand tegen de bezetting kan dan voorgesteld worden als ‘terrorisme’.

Een voorbeeld: Is opnieuw het onderzoek van de Glasgow Media Group dat vaststelde dat het TV-nieuws amper iets vertelde over de historische wortels van het conflict. Het medium TV-nieuw maakt natuurlijk dat er beperktheden aan verbonden zijn, maar de gevolgen zijn wel groot. Zo konden de meeste kijkers amper iets vertellen over de voorgeschiedenis van de vluchtelingenkwestie, wist men ook niet van waar ze kwamen, etc…

Welke uitspraken worden er in de tekst gedaan en welke combinaties zijn er?

De volgende uitspraak is meteen een vorm van grammaticale technieken waaruit een voorkeurslezing van een gebeurtenis af te lezen valt: “Israël “shot dead a member of Yasser Arafat's Fatah faction yesterday in what Palestinians called an assassination." (Reuters). Doodschieten klinkt veel neutraler dan vermoorden. Nochtans is dat wel degelijk de juiste terminologie die gehanteerd moet worden voor het doden van iemand zonder vorm van proces.

Er worden heel wat stereotypen gebracht, zonder dat die ook op de tegenpartij van toepassing zijn.

  • Wel de radicale / extremistische beweging Hamas, maar niet de radicale premier Olmert.
  • Wel: de moslimfundamentalistische Hamas. Zelden: de joodsfundamentalistische Likoed-partij.

Een goede oefening is het maken van wij/zij kaders.

Welke grammaticale en woordkeuzes zijn gemaakt?

De schrijver maakt keuzes in de woorden (lexicon) en de constructies (grammatica) die hij gebruikt. Die keuzes worden beïnvloed door het onderwerp en de context en maken dikwijls een achterliggende ideologie duidelijk.

Voorbeelden:

  • Palestijnse aanval vs. offensief, gerichte acties vanwege Israël
  • Leider militaire vleugel Islamitische Jihad overleden (DM 27/8)
  • De agressor is duidelijk en bekend. Het zijn de Hezbollah-milities, die zich lafhartig verbergen tussen burgers en de steun genieten van Damascus en Teheran. (De Standaard 26/7)
  • Officieel was de invasie bedoeld om de Israëlische soldaat Gilad Shalit te bevrijden. Shalit werd zondag ontvoerd na een Palestijnse aanval op een Israëlische legerpost. De ontvoering was het werk van een groep extremisten van Hamas. Als vergelding arresteerde het leger meer dan 60 kopstukken van Hamas, van wie acht ministers en 22 parlementsleden. (De Tijd 1/7)
  • "targeted attacks“ ipv “assassination” (BBC-richtlijn augustus 2001)

In nieuwsverhalen worden heel wat stereotypen gehanteerd.

  • Het Israëlische politieke kamp werd gemakkelijk ingedeeld in ‘haviken’ en ‘duiven’.
  • Zelfmoordaanslagen gebeuren door ‘Martelaren’ (Palestijnse versie) of ‘terroristen’ (Israëlische versie)

Verwoordingstrategieën zijn ook mogelijk via het gebruik van modale werkwoorden:

  • //"Het Israëlische leger betuigde vrijdag spijt, maar in het weekend zei minister van Defensie Amir Peretz de mogelijkheid open te laten dat het bloedbad "een interne Palestijnse oorzaak" had. Hij bedoelde dat de familie slachtoffer kan zijn geworden van een ongeluk met een Kassem-raket.

Het ministerie heeft een onderzoek gelast. Het moet uiterlijk morgen zijn afgerond. Al snel bleek dat de explosie niet kon zijn veroorzaakt door een granaat van een marineschip, zoals de Palestijnen zeiden. De marine noch de luchtmacht opereerden op dat moment in het gebied. Israëlische artillerie vuurde in de namiddag zes 155 mm. granaten af. De landingsplaats van vijf ervan, enkele honderden meters van het strand, is getraceerd. Het is mogelijk dat een zesde van de berekende baan is afgeweken, maar er zou een verschil zijn tussen de afvuurtijd en de tijd waarop volgens de Palestijnen de explosie zich voordeed.

Israël heeft de Palestijnen om medewerking gevraagd maar tot gisteravond weigerden de Palestijnen dat. Intussen hebben Palestijnse milities zeker dertig raketten afgevuurd."// (GvA 12/6)

Impliciet taalgebruik: een aantal voorbeelden:

  • "Voor de Israëlische verkiezingen van 28 maart zullen nog meer illegale joodse nederzettingen op de Westoever worden ontruimd" (DS 2/02/06). In werkelijkheid zijn alle nederzettingen illegaal (= overname Israëlische versie)
  • "Israël heeft alle onderhandelingen met de Palestijnen opgeschort en wil pas weer met hen om de tafel als hun regering de Joodse staat erkent." (DM 23/09) In werkelijkheid leven er veel niet-joden in Israël (bv. 20 procent Palestijnen) = overname van de Israëlische visie
  • "Palestinian militants on Wednesday opened fire on the Jewish neighbourhood of Beit Hadassa in the center of West Bank city of Hebron." (Haaretz, 16/01/2008) = Israëlische versie. In werkelijkheid gaat het over kolonies
  • "Alle joodse nederzettingen die Israël ten oosten van de veiligheidsafscheiding langs de Westoever optrekt zullen moeten verdwijnen." (DS, 28/03/2008) = Israëlische versie dat de muur vooral de veiligheid moet dienen. De muur loopt soms diep in Palestijns gebied en wordt daarom aan Palestijnse zijde wel eens ‘annexatiemuur’ genoemd.

Impliciet taalgebruik gaat soms gepaard met het discrediteren van de versie van de tegenstander. Bijvoorbeeld dit stuk van de website van CNN. Let op hoe op het eerste zicht de twee versie worden gegeven. Verderop gebruikt de journalist de Israëlische versie. Nochtans is de juiste versie zoals gezegd: ‘bezetting’

* Israelis leaving Beit Jala, say Palestinians (CNN 30/08/01)
“Gilo is built on land Israel occupied in 1967. Israelis consider it a southern neighbourhood of Jerusalem; Palestinians consider it occupied West Bank territory. Palestinian sources said Palestinian Authority forces would move into the area to ensure there would be no more firing. Israel Radio reported earlier that Peres had spoken at least twice with Arafat about Palestinian firing at the Jewish neighbourhood of Gilo and the Israeli presence in parts of Beit Jala, just south of Gilo. The report said Sharon had approved of Peres' attempts to negotiate with Arafat.

Meer info: Ludo De Brabander – Vrede vzw – eb.ederv|odul#eb.ederv|odul – www.vrede.be

Unless otherwise stated, the content of this page is licensed under Creative Commons Attribution-ShareAlike 3.0 License